Het Paleis op de Meir ziet er allang niet meer uit zoals het in de 18de eeuw werd ontworpen. De verschillende eigenaars brachten heel wat veranderingen aan, eigen aan hun smaak en de tijdsgeest. Kamers veranderden van uitzicht en soms van rol.

 

Toch bleef het Paleis tot een eind in de 20ste eeuw een plaats waar machthebbers mee konden pronken. Voor hen was het een indrukwekkende residentie om te logeren, te feesten en om gasten te ontvangen.

 

18de eeuw: Een 'open vierkant' met imposante gevel

 

In 1745 stelt de rijke koopman Johan Alexander van Susteren de architect Jan Pieter van Baurscheit de Jonge aan voor het ontwerp van zijn stadspaleis aan de Meir. Van Baurscheit is op dat moment en vogue bij de Antwerpse aristocratie. Als jonge beeldhouwer en bouwmeester heeft hij al een resem woningen en stadspaleizen op zijn conto staan. Van Baurscheit is architect aan huis bij de familie van Susteren en verricht heel wat voorbereidend werk voor het 'vorstelyck huys’. Nadat opdrachtgever Johan Alexander vier huizen op de hoek van de Meir en de Wapper heeft laten slopen, kan Van Baurscheit beginnen met de bouw van wat het grootste stadspaleis in Antwerpen zal worden.

 

Bouwmeester van Baurscheit maakt werk van de droom van van Susteren. Hij ontwerpt een patriciërswoning in rococostijl die past bij de leefwijze en rijkdom van de familie. De plattegrond die de architect uittekent is als een open vierkant: een imposante voorgevel met een linker- en rechtervleugel rond een grote binnenkoer.

 

Voor het interieur laat van Baurscheit zich inspireren door de Franse stadspaleizen van d’Aviler. De benedenverdieping dient om mee uit te pakken en boven komen de 'appartements de commodité’, de verblijfsvertrekken voor de bewoners. Van Baurscheit ontwerpt alle vaste interieurelementen, van de stucplafonds tot de trap en de lambriseringen. Elk vertrek wordt helder geproportioneerd, met een centrale schouw als blikvanger.

 

Franse, Weense en Noord-Nederlandse voorbeelden liggen aan de basis van het nieuwe stadspaleis op de Meir. Het unieke Paleis krijgt gescheiden zones voor representatie, wonen en personeel. Vooral de merkwaardige gevel in dure Bentheimer zandsteen met weelderige versieringen is een staaltje van de pronk en praal die het rococopaleis moest uitstralen.

 

Wanneer het Paleis in het derde kwart van de 18de eeuw in handen komt van jonckheer de Fraula, wordt de residentie verder verfraaid en komen er nieuwe stallingen en een fontein in de tuin.

 

19de eeuw: keizerlijke verbouwingen en een Hollands salon

 

In 1812 laat Napoleon het Paleis verbouwen en herinrichten. Het Paleis wordt in vier appartementen opgedeeld. De oorspronkelijke indeling met stenen muren blijft behouden, maar de 18de-eeuwse compartimentering met de houten wanden wordt volledig verwijderd. Enkel de monumentale trap van van Baurscheit en enkele marmeren schouwen en lambriseringen van zijn hand blijven op het gelijkvloers bewaard. Ook aan de betegeling van de keuken en de dienstvertrekken wordt niet geraakt.

 

Wanneer Willem I der Nederlanden het gebouw in 1815 verwerft, wordt het hoeksalon omgetoverd tot 'Hollands salon’. Dat moet de Oranjedynastie en de heersende vorst verheerlijken. Verder dan dat ene salon komt Willem I niet want na de Belgische omwenteling van 1830 verliest hij het Paleis aan Leopold I. Die zal niet aan het Paleis raken.

 

20ste eeuw: een spiegelzaal en heel wat schade

In tegenstelling tot zijn vader heeft Leopold II grootse plannen met het Paleis. Om de 75-jarige onafhankelijkheid van België te vieren, laat hij in 1905 grondige verbouwingen uitvoeren. Er wordt een sublieme spiegelzaal ingericht, met verwijzigingen naar de onafhankelijke Congostaat waarvan Leopold II ook de vorst is. Alle kamers krijgen elektrische verlichting en er komt een centraal verwarmingssysteem. Achteraan op de verdieping, tussen de linker- en rechtervleugel, komt er een verbindingsgalerij.

 

De nazaten van Leopold II gebruiken het Paleis voor Blijde Intredes en de ontvangst van gasten, maar wijzigen het niet meer.

 

Dankzij de overdracht van het Paleis door het Belgisch koningshuis aan de staat kan er in 1970 een Internationaal Cultureel Centrum (ICC) openen. Het historische meubilair wordt via bruiklenen uit het paleis verwijderd. De baanbrekende avant-gardeprojecten van het ICC zijn echter niet altijd verzoenbaar met het historische kwetsbare interieur.

 

In 1980 krijgt ook het Centrum voor Beeldcultuur een onderkomen in het voormalig koninklijk paleis. Op de benedenverdieping, in de voormalige keuken, komt een modern filmzaaltje. De prachtige 18de-eeuwse salons aan de straatkant doen dienst als foyer met bar.

 

In het koetshuis, dat voor het ICC in 1985 gerenoveerd wordt met tentoonstellings- en kantoorruimtes, vindt de vzw Antwerpen Open vanaf 1998 een onderkomen.

 

Wanneer het gebouw in 1996 in handen komt van de Vlaamse Gemeenschap, is het sterk gehavend door het intensieve gebruik in de voorbije kwart eeuw. Er moet grondig nagedacht worden over een goede restauratie én een toekomstgerichte functie van het gebouw…

 

21ste eeuw: schitterend gerestaureerd publiekspaleis

 

Na een grondig restauratieonderzoek neemt de huidige beheerder, Erfgoed Vlaanderen, het gebouw in 2004 in erfpacht. Samen met de restaurateurs, de Vlaamse overheid en een aantal partners wordt het Paleis gerestaureerd en opnieuw ingevuld. Daarbij wordt zo weinig mogelijk aan de eigenheid van het gebouw geraakt.

 

Het gelijkvloers krijgt een horecafunctie die aansluit bij de grandeur van het Paleis. In de historische salons in de linkervleugel wordt een stijlvolle brasserie ondergebracht, 'Café Impérial’. De rechtervleugel, met de voormalige Maarschalksalons en de oorsponkelijke keuken, wordt ingenomen door de luxechocolaterie 'The Chocolate Line’.

 

Op de verdieping kunnen de bezoekers in het museale gedeelte de geschiedenis van het Paleis en zijn bewoners ook écht beleven. Ook het historische meubilair kan je er opnieuw bewonderen

 

Reserveer hier je bezoek!