Keizerlijke residentie onder Napoleon

 

Napoleon houdt van Antwerpen, niet in het minst omdat de haven een ideale militaire uitvalsbasis vormt voor zijn rijk. Bij zijn keizerlijke ambt hoort vanzelfsprekend een passende residentie: het Paleis op de Meir, op dat moment de hoogste woonst in Antwerpen.

 

In 1811 verwerft Napoleon het rijke patriciërshuis en laat het volledig herinrichten. Zijn 'quartier général impérial’ of keizerlijke verblijfplaats wordt opgedeeld in vier appartementen – dat van hemzelf, dat van de keizerin, de hofdame en de grootmaarschalk. De salons worden bemeubeld en gedecoreerd in de typische empirestijl van het eerste Franse keizerrijk.

 

Napoleon bezat verschillende paleizen in onze regio, onder andere in Laken. In zijn Paleis op de Meir zal hij echter nooit verblijven. In 1814 gaat de keizer in ballingschap op het eiland Elba. Nadien zal hij Antwerpen nooit meer terugzien…

 

 

Aangenaam vertoeven met Willem I en zijn Hollands salon

 

Na de nederlaag van Napoleon in Waterloo in 1815 wordt het Paleis ter beschikking gesteld van het koningshuis van de Verenigde Nederlanden. Koning Willem I en zijn zoon vertoeven er graag. De koning laat een prestigieuze ontvangstruimte inrichten, die je vandaag kan bewonderen als het Hollands salon.

 

Net zoals Johan Alexander van Susteren en Napoleon Bonaparte zal Willem I de voltooiing van zijn architecturale wijzigingen aan het Paleis nooit aanschouwen. In 1830 scheurt België zich af van Nederland en komt het Paleis op de Meir in handen van het nieuwe bewind.

 

 

Leopold II, een zoon die verbouwt voor België

 

Tijdens de overgang naar dat Belgische bewind is het Koninklijk Paleis een speelbal in de machtswisselingen. In oktober 1830 doet het een maand lang dienst als zetel van de bijzondere regeringsmacht over de Zuidelijke Provincies.

 

Met het aantreden van Leopold van Sasken-Coburg, de eerste Belgische vorst, wordt het gebouw het 'Palais National d’Anvers’, het Nationaal Paleis van Antwerpen. Koning Leopold I zal er vaak verblijven. Het Paleis dient voornamelijk als ontvangst- en feestruimte voor buitenlandse gasten. Vreemd genoeg worden er tijdens zijn regeerperiode geen verbouwingen of aanpassingen uitgevoerd.

 

Die komen er wel onder Leopold II. Voor de 75-jarige onafhankelijkheid van België in 1905 laat hij enkele salons verbouwen tot een spiegelzaal voor feesten en banketten. Ook technisch gaat het Paleis erop vooruit, met onder andere elektrische verlichting en een centraal verwarmingssysteem in alle kamers. De belangrijkste ingreep is de bouw van een verbindingsgalerij op de verdieping tussen de twee vleugels achteraan, zodat de privévertrekken dichter bij elkaar komen te liggen.

 

Albert I verbleef in het Paleis bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Zijn zoon, Leopold III, komt er nog zelden. Tijdens de oorlogen blijft het Paleis wel zeer geliefd bij de bevolking en groeit het uit tot een icoon van vaderlandsliefde.

 

 

Vorstelijk wordt Vlaams: van koninklijk paleis tot ICC en Paleis op de Meir

 

Koning Boudewijn maakt nog minder gebruik van het Paleis dan zijn vader. In de late jaren vijftig wordt het gebouw ongeschikt bevonden voor koninklijke overnachtingen en in 1969 draagt Boudewijn het gebouw over aan het Ministerie van Nederlandse Cultuur. Die beslist er een Internationaal Cultureel Centrum (ICC) van te maken. Op 22 februari 1974 wordt het Paleis beschermd als monument. Vanaf 1980 krijgt het gebouw er een extra functie bij als Centrum voor Beeldcultuur.

 

In 1996 wordt de voormalige residentie overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap, die beslist om het een grondige restauratiebeurt te geven. Na de stopzetting van het ICC wordt er gezocht naar een nieuwe functie voor het Paleis. Wanneer Erfgoed Vlaanderen het gebouw in 2004 in erfpacht neemt, wordt er werk gemaakt van die sterke, toekomstgerichte visie. Het gebouw krijgt een nieuwe invulling als 'publiekspaleis’, waar er plaats is voor horeca. De verdieping wordt heringericht met oorspronkelijk empiremeubilair.

 

Wilt u de geschiedenis van het Paleis op de Meir en zijn bewoners ook écht beleven? Reserveer dan uw bezoek!